Aubade

Locatie: Plantsoen de Maenstand
Aanvang: 10:00
Muzikale begeleiding: Muziekvereniging Excelsior

Lied voor de Koning

Lang zal hij leven, gelukkig en goed
Dan doen wij ook mee met wat durf en wat moed
Hoe we ook onderling allen verschillen
Ieder kan helpen bij wat wij graag willen
Dan is er niemand meer werk’lijk alleen
Eén voor ons allen en allen voor één.

Als we na kijken, ook werkelijk zien
Als we naast horen ook luist’ren misschien
En dan begrijpen en stoppen met haten
Als we dan lachen en eindelijk praten
Dan komt ’t goed, dus geef me je hand
En loop met me mee door dit prachtige land.

Een plaats om te leven voor ons allemaal
Wij spreken tenslotte dezelfde taal.

Lang zal hij leven, gelukkig en goed
Dan doen wij ook mee met wat durf en wat moed
Hoe we ook onderling allen verschillen
Ieder kan helpen bij wat wij graag willen
Dan is er niemand meer werk’lijk alleen
Eén voor ons allen en allen voor één.

In naam van Oranje

(Een liedje van Koppestok, den veerman)
In naam van Oranje doe open de poort
De Watergeus ligt aan de wal
De vlootvoogd der Geuzen, hij maakt geen akkoord
Hij vordert Den Briel of uw val
Dat is het bevel van Lumey op mijn eer
En burgers, hier baat nu geen tegenstand meer
De Watergeus komt om Den Briel(2x)

De vloot is met vijfduizend koppen bemand
De mannen zijn kloek en vol vuur
Een ogenblik nog en zij stappen aan wal
Zij wachten bericht binnen ’t uur
Gij moogt dus niet dralen, doet open de poort
Dan nemen de Geuzen terstond zonder moord
Bezit van de vesting Den Briel(2x)

Komt, geeft de verzeek’ring, ‘k moet spoedig terug
De klok heeft het uur reeds gemeld
Ik zeg ‘t u, geeft mij de sleutels niet vlug
Dan is reeds uw vonnis geveld
De wakkere Geuzen staan tand’knarsend daar
Ze wetten hun zwaarden en maken zich klaar
En zweren: de dood of Den Briel(2x)

Hier dringt men naar buiten, daar schuilt men bijeen
En spreekt over Koppestoks last
De stad in hun handen of anders de dood
‘t Besluit tot het eerste staat vast
Maar nauw’lijks is daarmee de veerman gevleid
Of Simon de Rijk heeft de poort gerammeid
En zo kwam de Geus in Den Briel(2x)

De zilvervloot

Heb je van de zilveren vloot wel gehoord, De zilveren vloot van Spanje?
Die had er veel Spaansche matten aan boord.
En appeltjes van Oranje!
Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot, zijn daden bennen groot: Hij heeft gewonnen de zilvervloot,
Hij heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot.

Zei toen niet Piet Hein, met een aalwaerig woord:
“Wel jongetjes van Oranje,
Kom klim ereis aan dit en dat Spaansche boord,
En rol me de matten van Spanje!”
Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot, zijn daden bennen groot: Hij heeft gewonnen de zilvervloot,
Hij heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot

Klommen niet de jongens als katten in’t want,
En vochten ze niet als leeuwen?
Ze maakten de Spanjers duchtig te schand,
Tot in Spanje klonk hun schreeuwen.
Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot, Zijn daden bennen groot: Hij heeft gewonnen de zilvervloot,
Hij heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot

Een draaiersjongen

In een blauw geruiten kiel
draaide hij aan ‘t grote wiel
de ganse dag
Maar Michieltjes’ jongens hart
leed ondragelijke smart.
Ach, ach, ach, ach

Als matroosje vlug en net
Heeft hij voet aan boord gezet
Dat hoorde zo
Naar Oost Indië, naar de West
Jongens dat gaat opperbest
Hojo, hojo, hojo, hojo

Daar staat Hollands admiraal
nu een man van vuur en staal
De schrik der zee
‘t Is een ruiter naar de aard
Glorierijk zit hij te paard
Hoezee, hoezee, hoezee, hoezee

Mijn Nederland

Waar de blanke top der duinen
Schittert in de zonnegloed
En de Noordzee vriend’lijk bruisend
Neêrlands smalle kust begroet
Juich ik aan het vlakke strand(2x)
‘k Heb u lief mijn Nederland(2x)

Waar het lachend groen der heuvels
‘t Kleed der stille heide omzoomd
Waar langs rijk beladen velden
Rijn of Maas of Schelde stroomt
Klinkt mijn lied op oude trant:(2x)
‘k Heb u lief mijn Nederland(2x)

Blijf gezegend, land der vaad’ren
Make u eendracht sterk en groot
Blijve ‘t volk der koninginne
Houw en trouw in nood en dood
Doe zo ieder ‘t woord gestand(2x)
‘k Heb u lief mijn Nederland(2x)

Het vlaggelied

O schitt’rende kleuren van Nederlands vlag,
Wat wappert gij fier langs de vloed!
Hoe klopt ons het harte van vreugd en ontzag,
Wanneer het uw banen begroet!
Ontplooi u, waai uit nu, bij nacht en bij dag!
Gij blijft ons een teken, o heilige vlag.
Van trouw en van vroomheid, van vroomheid en moed
Van trouw en van vroomheid en moed.

Of is niet dat blauw in zijn smetloze pracht,
Der trouw onzer vad’ren gewijd?
Of tuigt niet dat rood van hun manlijke kracht,
En moed in zoo menige strijd?
Of wijst niet die blankheid, zo rein en zo zacht,
Op vroomheid, die zegen van Gode verwacht?
De zegen, die enig, die enig gedijt,
De zegen, die enig gedijt.

Waai uit dan o vlag: zij een tolk onzer beê,
Om trouw en om vroomheid en moed.
De wereld ontzie u op golven en reê.
Doch daaldet gij ooit op de vloed.
Wij heffen uw wit uit de schuimende zee,
En voeren naar ‘t blauw van de hemel u mee.
Al kleurt zich, al kleurt zich uw rood met ons bloed,
Al kleurt zich uw rood met ons bloed!

Wilhelmus

Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een prinse van Oranje
ben ik, vrij, onverveerd,
den koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God, mijn Heer!
Op U zo wil ik bouwen,
verlaat mij nimmermeer!
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t’aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.